Auteurs

Nieuwsbrief aanmelden

Advertising

De taal van de ziel
Eugen Rosenstock-Huessy


€ 15,00 incl. Btw

zet op verlanglijstje

 

In dit boekje van beperkte omvang tref je veel herkenbaars en scherpzinnigs aan. In de inleiding wordt bovendien een uitstekend beeld geschetst van deze denker en de betekenis die hij had en heeft. 

- Tjerk de Reus in De Nieuwe Koers 

 

Uitgebreide recensie in Friesch Dagblad

Dit boek stuurde Rosenstock-Huessy oorspronkelijk als brief vanuit het westfront naar Rosenzweig aan het oostfront, midden in de Eerste Wereldoorlog (1916). Het is het oudste document van de filosofie van de dialoog en het ‘taaldenken’ in de lijn van Rosenzweig, Buber, Marcel, Levinas. Het is oorspronkelijk in 1923 verschenen onder de titel Angewandte Seelenkunde.

In dit werk wordt de veranderende macht van de taal herontdekt. De uitspraak van Churchill voor het Engelse parlement aan het begin van de Tweede Wereldoorlog “I have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat” is een dergelijk veranderend woord. Woorden die stem geven aan het diepste dat de ziel beweegt, hebben de macht om mensen op een nieuw spoor te zetten. Mens en samenleving zijn onderhevig aan de vormende macht van die Stem.

Het is naar het Nederlands vertaald en van een uitgebreide inleiding en toelichtingen voorzien door Henk van Olst, Hans van der Heiden en Otto Kroesen.

Dat de mens bij name aangesproken wordt als een met een eigennaam toegerust wezen gaat vooraf aan al het over zichzelf nadenken van het ‘ik.’ De kortste stamvorm van het werkwoord is daarom – zowel in de Semitische als in de Indo-Germaanse talen – de jij-vorm van de imperatief: ga, kom, hoor, wees, word
. - Eugen Rosenstock-Huessy

Liefde brengt een verandering. Zij bezweert en beveelt. Daarom wordt het ‘jij’ pas ontdekt in de imperatief van de verandering bewerkende liefde. Als er naast een filosofie van de ‘wereldbeschouwing’ en naast een filosofie van het ‘zelfbewustzijn’ een filosofie van ‘de naaste jij’ zou bestaan, dan zouden de filosofen uit de indicatief van de wereldwetten en de conjunctief van de wilsvrijheid, allang de weg naar de volledige grammatica gevonden hebben
. - Eugen Rosenstock-Huessy

 

Eugen Rosenstock-Huessy (Berlijn, 6 juli 1888 - Norwich, Vermont, 24 februari 1973) was een filosoof, jurist en socioloog. Hij werd geboren in Duitsland in een joods gezin en sloot zich op jonge leeftijd aan bij de protestants-christelijke kerk. Hij studeerde rechten. Hij diende in de Eerste Wereldoorlog als officier aan het front bij Verdun. In deze periode voerde hij een intensieve discussie met de joodse filosoof Franz Rosenzweig. Beide auteurs hebben de resultaten van deze joods-christelijke dialoog op vele plaatsen in hun oeuvre verwerkt. Ook werkte hij op publicitair gebied samen met filosofen als Martin Buber.

In 1923 aanvaarde Rosenstock een hoogleraarschap in de rechtsgeschiedenis aan de Universiteit van Breslau in het toen nog Duitse Silezië. Na de machtsovername door Adolf Hitler in 1933 legde Rosenstock-Huessy zijn werk als hoogleraar aan de rechtenfaculteit in Breslau neer en emigreerde hij naar de Verenigde Staten. Daar doceerde hij geruime tijd aan de Harvard University.

In de VS stichtte Rosenstock-Huessy onder meer een vrijwilligerskamp voor jonge studenten werklozen onder de naam Camp William James. Deze naam verwees naar het essay "The moral equivalent of war" waarin de Amerikaanse filosoof William James pleitte voor een sociale dienstplicht als alternatief voor militaire dienst.

Rosenstock-Huessy bleef tot zijn dood in 1973 zeer productief als schrijver van boeken. Het werk van Rosenstock-Huessy is geboren uit wereldoorlogen
van de vorige eeuw. Europa was in crisis. Hij ontdekte dat het juist crises waren waarin Europa zich vernieuwde. Dat maakte van deze geleerde een ‘andragoog’. Zo bracht hij d.m.v. een bedrijfskrant bij Daimler-Benz arbeiders en ingenieurs, managers en socialisten, protestanten en katholieken met elkaar in gesprek in omstandigheden waarin zij weinig vertrouwen in elkaar hadden. Hoewel docerend aan de grote universiteiten was hij wars van vervreemdende specialismen. Zowel in korte artikelen als omvangrijke werken op het gebied van taal, sociologie en geschiedenis legt hij verrassende verbanden tussen velerlei vakgebieden. Steeds schept hij perspectieven uit levensvormen en instituten die aan het eind van hun levenscycli zijn gekomen. Zijn werk is in vele talen vertaald.