Auteurs

Nieuwsbrief aanmelden

Advertising

Delila en de anderen
Willien van Wieringen


€ 29,50 incl. Btw

zet op verlanglijstje

Een syntactisch georiënteerd bijbels-theologisch onderzoek naar de rol van de vrouwen in de Simson-cyclus (Richteren 13-16)

Delila en de anderen: wie gevraagd wordt naar de vrouwen in het levensverhaal van Simson, komt al snel op de naam van de vrouw die hem fataal is geworden. Maar wie die anderen zijn, blijkt lastiger te beantwoorden, terwijl toch ook zijn moeder, zijn bruid, de zus van de bruid en een hoer een rol spelen in het leven van Simson. Dit boek is de neerslag van onderzoek naar de manier waarop het levensverhaal van Simson (Richteren 13-16) is opgeschreven. Zorgvuldig kijken naar taalstructuur en vertelstrategie is daarbij de weg om te achterhalen wat de verteller de lezer wil meedelen: wat is de theologische agenda van de verteller, en hoe heeft hij vrouwelijke personages ingezet om die agenda bij de lezer te brengen? Naast de vijf vrouwen in het leven van Simson, worden ook de andere vrouwen in het Richterenboek betrokken bij het onderzoek, en lijnen getrokken van Aksa tot en met de meisjes van Silo.

Verschenen in de supplement series van de Amsterdamse Cahiers, nummer 7. De serie Amsterdamse Cahiers voor Exegese van de Bijbel en zijn tradities is gewijd aan een specifiek bijbelboek of aan een bijbels thema. De supplement serie van Amsterdamse Cahiers biedt de mogelijkheid tot uitgaves met een internationaler bereik, voor dissertaties of edities voor bijzondere gelegenheden.

Willien van Wieringen (1964) publiceert geregeld op het gebied van het Eerste Testament, is onder meer redactievoorzitter van Interpretatie, Tijdschrift voor bijbelse theologie, lid van de vertaalgroep Jozua / Zacharja die gelieerd is aan de Societas Hebraica Amstelodamensis en lid van het bestuur van de L.J. Mariastichting.

Ze studeerde van 1982 tot en met 1986 NederlandseTaal- en Letterkunde aan de Rijksuniversiteit van Leiden, en studeerde af in Middeleeuwse Letterkunde bij prof. dr F.P. van Oostrom met een literair onderzoek naar de humor in Sinte Franciscus’ leven van Jacob van Maerlant. Ze behaalde haar eerstegraads lesbevoegdheid en werkte aansluitend op haar studie eerst als trainer Schriftelijke Communicatie en docent Nederlands als Tweede Taal en daarna als coördinator taaltrainingen bij een bureau voor advies en communicatie.

In 1994 ging zij theologie studeren aan de Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht, waar zij van 1995 tot en met 1998 student-assistent was bij het Programmaberaad Theologisch Vrouwenstudies. In 1999 studeerde zij af onder begeleiding van prof. dr A.J.A.C.M. Korte, dr .W.M. van Grol en dr P.J. van Midden bij Bijbelwetenschappen / Theologische Vrouwenstudies met de scriptie “Wie is je naam?” Een syntactisch en semantisch onderzoek naar de naamloze vrouw in Richteren 13.